Een vakantie hoort ontspannend te zijn, maar eenmaal op bestemming, en soms al onderweg, blijkt slapen voor veel Nederlanders toch lastiger dan gedacht. Een ander matras, onbekende geluiden, een te warme hotelkamer of simpelweg het missen van je eigen kussen, het heeft allemaal invloed op onze nachtrust. Misschien blijken we meer gehecht aan onze vertrouwde slaapomgeving dan we zelf denken. Wij onderzochten hoe Nederlanders slapen op vakantie, onderweg naar hun bestemming en wat ze het meest missen van hun eigen slaapomgeving.
Belangrijkste inzichten uit het onderzoek
- 51% van de Nederlanders slaapt slechter op vakantie dan thuis.
- 47% heeft 1 tot 2 nachten nodig om te wennen aan een nieuw bed.
- Het eigen kussen wordt het vaakst gemist.
- De meeste Nederlanders nemen niets uit hun slaapkamer mee op reis.
- Slapen onderweg lukt vooral in het vliegtuig en de auto.
Slapen op vakantie
Op vakantie ziet je nachtrust er vaak anders uit. Je slaapt in een ander bed, hoort onbekende geluiden en je dagelijkse ritme verandert. Dat kan invloed hebben op hoe goed je slaapt. En dat blijkt voor veel Nederlanders het geval te zijn, want de helft (51%) slaapt slechter op vakantie dan thuis. Toch is er ook een groep geluksvogels die geen verschil merkt in hun nachtrust en net zo goed slaapt in een ander bed. 42% merkt geen verschil en slaapt net zo goed in een ander bed als in hun eigen bed. Slechts 7% geeft aan juist beter te slapen wanneer ze niet thuis zijn.
Vooral jongere Nederlanders ervaren vaker slaapproblemen op vakantie. Zo slaapt 67% van de 18 tot 34-jarigen en zelfs 72% van de 35 tot 44-jarigen slechter dan thuis. Onder 65-plussers ligt dat percentage met 36% een stuk lager. Ook tussen mannen en vrouwen zijn duidelijke verschillen zichtbaar. Vooral vrouwen lijken meer moeite te hebben met slapen in een andere omgeving. Zo geeft 58% van de vrouwen aan slechter te slapen op vakantie, tegenover 43% van de mannen.